Bronsgroen eikenhout: terugblik op de 6 marathons, dag 6

Van 1 tot en met 6 april liep ik in 6 marathons door Limburg. Een terugblik op elke dag 1 marathon.

Dag 6: Maastricht – Vaals. Ontbijt en op zoek naar repen in de supermarkt. Bij de koffieautomaat raak ik aan de praat met een medeliefhebber. Koffie is fijn. We wisselen gedachten uit over rennen en energie. Ik wens hem een energieke dag toe, hij wenst me succes. Vanuit een mooie bloemenzaak vertrek ik. Vandaag ga ik voor de gladiolen.

Op station Maastricht doen een paar studenten zomaar een dansje. Dat gevoel neem ik mee. Kilometers zit ik in een eindeloos lijkend gevoel van reislust. Blijven gaan.

De bemelerberg verschijnt. Dit keer is het koers. Vergezeld door plukjes wielrenners zet ik de pas erin. Ik knoop een gesprek aan met een supporter langs de weg. Blijkt er een grote amateurkoers bezig te zijn: Volta classic. Verbaast vraagt hij wat ik hier doe en we mijmeren over de liefde voor de koers en wielerhelden. De buurjongen is vandaag zijn held. We moedigen samen wat renners aan en ik vervolg mijn weg. Hij gaat me volgen. Maar eerst koers.

Waanzinnige heuvellandschappen schieten voorbij. Op de Keutenberg schreeuwen een wielrenner en ik elkaar naar de top.  Dan dienen zich prachtige dorpjes en gehuchten aan. Stokhem, Wijlre, Kapolder. Rond Eys kijk ik eens rustig om me heen. Zuid Limburg is magisch mooi.

De Eyserbosweg is bepakt met wielrenners. Een groepje heeft het moeilijk. Ik besluit ze wat harder naar boven te schreeuwen. Even ben ik in de koers. Na een korte groet op de top sta ik even stil. Samen naar de top, schept toch een band. Al blijf ik een vreemde vogel in het geheel. Ach, zo vlieg ik alle kanten op.

Met een onoverwinnelijk gevoel kom ik dooor het fraaie Wittem. In het wonderschone geuldal geniet een verliefd stelletje van elkaar.

Kilometers daarna sta ik aan de voet van de Camerig. Ik zwaai naar wat levensgenieters op het terras. Dit is waanzinnig. Bij het restaurant maak ik een overwinningsfoto. Ik blijk halverwege te zijn. Maar goed ook, want de andere helft is ook prachtig.

Gek genoeg scheer ik net langs Raren. In Vaals gaat er veel door me heen. De depressie, vrienden, familie, de ontmoetingen, geluksacties, tegenslagen, mijn Zweedse muze.

De Vaalserberg gaat vanzelf. Het is alsof ik zweef. Op de top ben ik in de wolken. Ik huil van blijdschap. Na een terugblikkend filmpje ben ik sprakeloos. Ondanks dat bel ik een paar helden. Mijn moeder neemt op. “Ik ben er mam, het is mooi’, mijmer ik. Veel meer woorden vind ik niet. Zij vangt mijn onderweg opgeraapte stiltes op.

Dwalend zoek ik vervolgens naar eten. Overal is het donker. Bij restaurant De Bokkerijder brandt nog licht. Met een goede tripel en een bakje nootjes proost ik op dit avontuur. Mooi om te eindigen in één van de mooiste Vandersteenverhalen.